Heidi Ulrich

Paarden voor mannen

Dus, je vriendin houdt van paarden. Wat moet je daar mee? De ontdekking van het paardenmeisje in jouw vriendin hoeft niet het einde te zijn van jullie gelijkwaardige relatie! Hier lees je hoe je je vriendin het beste snapt, en niet de hele tijd de happen en trappen van dat vieze grote beest hoeft te ontwijken.

Man, vrouw, paard

Ik beschrijf deze situatie vanuit klassiek standpunt van paardenminnende vrouw, en vrouwminnende man. Is bij jou die combinatie net iets anders, maar ben jij dus degene die niet bepaald idolaat is van paarden, lees dan gerust door.

Jij houdt van haar, zij houdt van haar paard

Eerst wil ik je geruststellen. Ja, de strakke paardrijbroek is leuk om te zien. Dat ze enthousiast is over een eigen hobby ook. Maar hoeveel uur ze bij ‘het beest’ doorbrengt, hoe ze welriekend terugkomt, en erger: dat jij mee moet om te helpen, dat zijn de mindere kanten. I hear you. Net zo zeer als haar ontdekking dat jij van voetbal, Formule 1, of gamen houdt, is de ontdekking dat zij een paardenmeisje is, een beste shock. Je deelt haar met een fysiek wezen dat ze mogelijk behandelt als haar kindje. Mógelijk, want er zijn verschillende typen paardenmeisjes. Lees hieronder welke jij hebt en hoe erg dat is.

Paardenmeisjes, sport- en recreatieamazones

Paardenmeisjes zijn grofweg te verdelen in de types die er realistisch mee omgaan, en de types die dat niet doen. Realistische paardenmeisjes hebben een groot uitgevallen huisdier dat dagelijkse verzorging nodig heeft, maar niet per sé aan huis staat. Dus gaat ze er elke dag op onchristelijke tijden langs, besteedt werk uit aan een verzorgster, en houdt genoeg tijd over voor jou, jullie gezin, haar werk en haar andere hobby’s. Mocht het paard onwel zijn, dan neemt ze kordate besluiten.

Voor het onrealistische paardenmeisje is haar paard een onderdeel van jullie relatie, en is het evident dat jij ook behoorlijk van haar paard gaat houden. Ze is er namelijk elk vrij moment, en nog vaker wanneer het arme beestje onwel is. Desondanks lijkt ze tijd te hebben voor haar paardrijvriendinnen, het gezin, en doet ze ook nog iets van een baan ernaast. Maar wil jij je quality time, dan kun je het beste naar haar toe komen en braaf achter haar en haar paard aansukkelen.

Hoe werkt een paard

Wat voor paardenmeisje je ook hebt, vroeg of laat word je voorgesteld aan het paard. Natuurlijk heeft het paard een naam; te weten een officiële naam in het paspoort, een roepnaam, en zeker vijf koosnaampjes. Let op de toon in haar stem. De poezelige stem is in bijzijn van het paard altijd voor het paard.

Een paard is van oudsher een edel dier en wordt daarom, anders dan andere dieren, hoffelijk aangesproken. Een paard heeft geen kop, maar een hoofd. Het heeft benen met onderaan hoeven, en geen poten met voeten. Bij twijfel, kies het woord dat je bij een mens zou kiezen.

Roofdieren en vluchtdieren

De wereld kent in basis roofdieren en vluchtdieren. Een mens eet vlees en kan dus een roofdier genoemd worden. Een paard eet gras en is bij uitstek een vluchtdier. Een paard weegt zo’n 500 kilo en dat maakt het een heel groot vluchtdier. Dat is praktisch om te weten in de omgang. In rustsituatie reageren beide typen hetzelfde: het ademt, het eet en het poept. Maar komt er paniek, dan ontvouwt zich een heel ander scenario. Waar ‘wij’ roofdieren kiezen uit fight or flight modus, kent het paard overwegend flight. Een panikerend paard zal zich in no time verlossen van alles wat hem beperkt, en er vandoor gaan.

De definitie van paniek ligt op een heel ander niveau dan bij ons mensen. Een paard merkt heel andere dingen op dan wij. Hij kan schrikken van een luid overvliegende helicopter, van een opwaaiend papiertje, of zelfs van een gekleurde prullenbak. Het is nuttig om te weten dat een paard met twee ogen afzonderlijk waarneemt. Is een paard die bewuste prullenbak met zijn linkerkant gepasseerd, dan zal hij zich doodleuk nogmaals een hoedje schrikken als hij er met zijn rechteroog kijkend langsheen loopt.

Tussen de oren

Het zou fijn zijn als een paard zijn gevoelens een beetje zou communiceren alvorens hij daarop actie onderneemt. Daarvoor let je bij een paar ten eerste op de oren. Staan de oren naar opzij, en zijn ze ontspannen, dan is het paard ontspannen. Het paard luistert altijd, zoals een radar doet.

Staan de oren naar achteren, dan luistert het paard achter zich. Nog steeds niks aan de hand. Liggen de oren echter plat naar achteren in de nek, dan zullen ook de neusgaten verticaal opgetrokken zijn, soms is het oogwit te zien. Pas op! Het paard is getergd en moet niet benaderd worden. Kom je te dichtbij dan zal hij zijn ruimte claimen door ofwel met zijn tanden of met zijn benen die ruimte af te bakenen. In andere woorden: hij hapt en trapt! Bepaal de bron van de spanning en kijk of je die kan elimineren zonder het paard te moeten verplaatsen.

Staan de oren als twee grote bloemklokken naar voren, dan luistert het paard enthousiast. Soms iets té enthousiast! Let ook dan op. Een paard dat de oren olijk naar voren heeft ziet er blij uit, maar die interesse kan twee kanten op werken.

Paard of pony

Voor dit subkopje ga ik een korte uitstap maken naar het verschil tussen paarden en pony’s. Op papier is het ingewikkeld, in de praktijk kijk je gewoon naar de grootte: klein is een pony, groot is een paard.

Ik zeg op papier, omdat nagenoeg alle pony’s en paarden wel een paspoort hebben. Sommigen hebben zelfs een stamboom, waarmee ze in een stamboek staan. En het tegenstrijdige is dat aan zo’n stamboom de officiële naam van het ras kleeft. Een Shetlandpony is ontegenzeggenlijk een pony. Maar zo is een Haflingerpaard een paard, terwijl hij qua grootte een pony is. Een Amerikaans Minipaard is volgens het stamboek een paard, maar is nog kleiner dan een Shetlandpony! Gooi die officiële termen uit de paspoortjes dus even aan de kant en let op het volgende.

Een pony of paard wordt gemeten op de schoft. De schoft is het knobbeltje nek dat je ziet waar de manen, de lange haren op de hals, eindigen, en waar de horizontale rug begint. Je kunt de knobbel ook bij jezelf voelen. Om een paard op te meten wordt een verticale meetstok naast het paard gezet en op die knobbel gelegd. Tada, de hoogte die bepaalt of je met een pony of een paard te doen hebt. Grofweg alles onder de 1.65 is een pony, alles daarboven is een paard, zoiets.

Klein of groot

Een vuistregel die ik zelf in de praktijk aardig terugzie, is dat kleine pony’s veel ondeugender zijn dan grote paarden. Je zou dit kunnen relateren aan de aanname, dat pony’s vaker in kinderhanden zijn, en hun streken overnemen; paarden behoren aan volwassenen toe en kijken daarvan de rust en wijsheid af. Dit is lang niet altijd waar, maar houd het als vuistregel.

Alvorens je het volgende leest, moet je in je oren knopen dat het paard van je vriendin het erg goed heeft. Een comfortabel leven, goede verzorging, eten, drinken, en een plek om zijn benen te strekken. Een beetje meewerking is dus alleen maar fair.

Pony’s kennen allerlei streken. Het zijn kortetermijndenkers, opportunisten, die uiteindelijk het liefst met rust gelaten willen worden. Alle menselijke interventie is oppressie, en elke dag wordt er op nieuwe methoden gebroed op die oppressie nog een momentje langer uit te stellen. Zeg nou zelf, dat wil jij toch ook als ’s ochtends de wekker gaat?

Paarden zijn wat gelatener. Om redenen die ik niet ken zijn ze gewoon niet zo van het klieren en grappen. Zijn zij het oneens met je vriendin, dan laten ze dat veel later in de omgang zien, bijvoorbeeld als ze bovenop hun rug zit.

Dagelijkse omgang

Je paardenmeisje zal eerst haar paard tevoorschijn halen. Observeer dat eens. Stel je voor dat het paard jullie kind is. Hoe gaat ze ermee om? Waar komt het paard mee weg? Verontschuldigt ze zich tegen jou voor zijn slechte gedrag? Wil ze dat jij ingrijpt (huh wat?). Een pony of zelfs een paard kan een behoorlijke dramkont zijn. Gaat ze de stal in, dan draait hij zich om. Als paard een mens je billen toekeren betekent namelijk dat je een fantastisch stel benen met een krachtig veermechanisme op ze gericht hebt. Eén verkeerde toenadering en die twee benen gaan als een springveer richting haar kruis. Au. Je vriendin zal maniertjes hebben om de pony toch om te keren. Dan moet er een nylon halster om het hoofd, zodat ze hem mee kan nemen. Het paard doet zijn hoofd omhoog zodat dat niet lukt. Doet ze gelijk een hoofdstel van leer om, dan moet er een koud metalen bit in de mond van het paard. Dat ding komt later van pas als ze gaat rijden. Natuurlijk heeft een paard daar geen zin in. Om een paard (of je kat, je hond) kortstondig de mond open te laten sperren, steek je een vinger in de mondhoek. Paarden hebben daar achter namelijk geen tanden, dus dat kan veilig. Het is me ook bij katten en ratten gelukt, maar suit yourself. Het paard doet de mond open, het bit wordt netjes naar binnen geschoven, mond weer dicht.

Hap

Let op! Het paard wil vast weten wie jij bent. Of het wordt tijd dat jij het paard gaat vasthouden. Dus moet je met je handen in de buurt van zijn neus komen. Ai, daar zitten die tanden. Een paard is daarin heel simpel: weten wat dat is, of het eetbaar is, en zo ja, het opeten. Moeilijker wordt het niet. Beweeg je je hand richting een paardenneus, houd je hand dan plat, met de handpalm naar boven. Zo vormt je hand een bakje. Als een kommetje omsluit je lichtjes de onderkant van de paardenneus. Het paard zal aan je hand ruiken en doorgaan met zijn leven. Wat je niet moet doen is je hand met vijf vingers vooruit uitsteken naar de neus. Je vingers lijken dan namelijk verdacht veel op wortels, en daar hoef je als paard niet lang aan te ruiken: die eet je gewoon op. Steek jij een paard vijf huidkleurige wortels doe, dan is er dus kans dat hij hap zegt. Eigen schuld, je hebt dit nu gelezen.

Blijft het paard naar je handen happen terwijl je vriendin er mee bezig is, dan is het beest gewoon geïrriteerd. Je kunt dan twee dingen doen: je vriendin vertellen dat ze het paard irriteert, en dat ze dat anders moet doen. Your mileage may vary.
Als alternatief kun je die happende neus met een vlakke hand van je af duwen. Nogmaals: presenteer je vingers niet als wortels. Duw de neus eenmaal kordaat, ferm van je af terwijl jij en paard elkaar aankijken. De hals mag best meezwaaien (je zou eens moeten zien hoe paarden in de wei aan elkaar sjorren). Blijft het wangedrag aanhouden, duw dan nogmaals, beleefd maar ferm, en stamp erbij met je voet. Het paard moet zichtbaar even perplex zijn van jouw interventie. Met jou wordt niet gesold!

Terugkomend op die 500 kilo vluchtdier: gaat het paard op de loop, laat dan na maximaal vijf meter los. Je wint het niet van 500 kilo panikerend beest. Schat de situatie in. Ben je op een erf met gesloten hekken? Laat het paard dan uitrazen en vang het met wat lekkers. Beloon het niet, kijk hem niet aan, leid hem naar stal en negeer hem een uur. Zijn de hekken open, maar staan er bekende paarden in de buurt? Dan zal het paard daarheen rennen. Pak een halstertouw of twee, wat brokken, en wandel er rustig achteraan. Het paard zal zich niet willen laten vangen, dus make a good case. Loopt je paard richting een drukke weg? Bad choice. Houd je hart vast en besef dat je de locatie van de stal en de omheining beter had moeten kiezen. Koop vast chocola voor je vriendin en check je bankrekening voor de aankomende veeartsrekening.

π